was successfully added to your cart.

Opvoeding van je baby

Zindelijk-worden

Zindelijk worden kost tijd

By | Baby, Opvoeding van je baby

Zindelijkheid is, net als leren lopen en praten, een ontwikkelings- en rijpingsproces. Om zindelijk te kunnen worden, moeten kinderen iets begijpen, iets kunnen en iets willen.

  • Ze moeten begrijpen dat het plasje in het potje hoort. Als ze andere kinderen dit zien doen, begrijpen ze ook sneller waar het potje voor dient.
  • Ze moeten kunnen voelen dat ze een plasje moeten doen. Ook moeten ze in staat zijn de spieren van de blaas en de darmen onder controle te houden, totdat ze op het potje of op het toilet zitten.
  • Ze moeten willen meewerken. Als je je kind dwingt iets op het potje te doen, dan werkt dat bijna altijd averechts. Hoe meer nadruk je erop legt, des te hardnekkiger zal je kind vasthouden aan ‘het-niet-te-doen’. Zeker in deze fase, waarin kinderen koppig hun eigen wil doorzetten, moet je iedere machtstrijd zien te voorkomen. Kinderen worden namelijk in hun eigen tempo zindelijk. Ze hebben daar alleen een steuntje in de rug bij nodig.

Laat je kind wennen aan het potje door het tussen zijn spulletjes te zetten. Laat hem er af en toe met kleren aan op zitten. Misschien kan de beer of de pop er ook eens op. Misschien lukt het je om op de momenten dat je weet dat hij wat moet doen, je kind op het potje te zetten. Doet je kind toevallig een plas, laat dan merken dat je daar blij mee bent. Zeg ook dat het fijn is dat het nu een droge broek heeft! Spoel de plas nu niet direct weg door de wc. Het is tenslotte toch een product van je kind! Trek wat later de wc door en zeg ‘dag plas’.

Zodra je kind je waarschuwt met de woorden ‘bah, nat’ of ‘plas doen’ dan is hij echt toe aan zindelijk worden. Je kind voelt namelijk dat er een plasje in aantocht is en weet dat de plas in het potje hoort. Zet nu het potje op een vaste plaats, liefst bij de wc. Let nu vooral op dat je meer aandacht besteedt aan het droog blijven.

Stimuleer je kind om steeds te kijken of hij nog een droge broek heeft. Prijzende woorden voor het droog blijven, moedigen je kind aan om steeds op het potje te gaan. Verwacht nu niet dat je kind zonder luier de auto in kan. Het kan ook nog wel even duren voordat je kind ’s nachts zindelijk is. De meeste kinderen zijn rond hun derde jaar overdag en rond het vierde jaar ’s nachts zindelijk.

Voor meer informatie kijk op de website www.opvoeddesk.nl en www.workingparentsprogram.nl

 

 

van brabbelen naar praten

Van brabbelen naar praten

By | Baby, Opvoeding van je baby

Voor een baby is in het begin de lichaamstaal, waaronder huilen, het enige middel om te laten weten wat hij vindt of voelt. Na ongeveer twee maanden, bijna gelijk met de eerste glimlach, beginnen baby’s ook klanken te maken.

Tevreden in de wieg hoor je je baby pruttelen: eh-oo-ehhh-aa en wat later de wat moeilijke medeklinkers zoals pp-bb-br-gr-rr. Dit is heel belangrijk voor de ontwikkeling van hun lippen, tong en mondspieren. Alle baby’s, waar ook ter wereld, beginnen met dezelfde klanken. Een baby die zichzelf kan horen, wordt gestimuleerd om de geluiden opnieuw te maken, totdat je een ketting van klanken aan elkaar hoort: babbah, papa, ma, erre, erre. Dat noemen we brabbelen. Radio- of televisiegeluiden verstoren dit spel. Als je de geluiden van je baby nu nabootst, zal hij proberen jouw geluiden na te bootsen. Kom je de kamer binnen, dan zal hij stoppen met brabbelen, omdat hij je voetstappen heeft gehoord. Ga je echter meebrabbelen dan ontstaan er vanzelf hele gesprekjes. Eenvoudige zinnetjes als ‘ga maar lekker slapen’ of ‘heb je een lekker vol buikje’ zeg je meestal op een wat hogere toon. Zo weet je baby dat de woorden voor hem bedoeld zijn. Daarbij zijn je ogen, gezichtsuitdrukking, mondbewegingen en gebaren uitermate boeiend voor hem.

Vanaf circa negen maanden wordt brabbelen meer taal. Dan gebruiken baby’s steeds vaker de klanken van hun eigen moedertaal en begrijpen ze beter wat er gezegd wordt. Op aanwijsspelletjes als ‘dit zijn je teentjes’ en ‘dit is je neus’ reageert je kind zoekend en probeert hij het aangewezene te pakken. Vooral in deze fase kun je de taal van je kind eindeloos stimuleren. Alle zintuigen zijn daarbij belangrijk. ‘Voel maar hoe zacht de poes is’, ‘hoor de klok eens tikken’, ‘kijk eens wat een grote boom’, ‘ruik maar aan de kaas’ en ‘proef maar het verschil tussen een appel en een peer’ Niet alleen boekjes met eenvoudige afbeeldingen zijn leuk, maar ook liedjes, rijmpjes en hand- en vingerspelletjes zijn stimulerend voor de taalontwikkeling.

De meeste kinderen zijn ongeveer een jaar oud als ze hun eerste woordjes zeggen. Roept je kind ‘poes’, dan kan dit nog van alles betekenen. ‘Poes moet geaaid worden’, ‘poes is lief’, ‘poes ook op schoot’ of ‘ik wil bij poes zijn’. Het vergt geduld en creativiteit om dan bestand te zijn tegen de boze bui van je kind als je het niet direct begrijpt. ‘Oh, je wilt bij poes in de mand slapen’, eindelijk ben je erachter. Wat een geluk als na de eerste woordjes ook gauw de twee-woordzinnetjes komen. ‘Papa boek’, ‘poes mee’, ‘mama auto’. Niet ieder kind ontwikkelt zich even snel, maar meestal komen de twee-woordzinnetjes ergens in het tweede levensjaar.

Voor meer informatie kijk op de website www.opvoeddesk.nl en www.workingparentsprogram.nl

 

kruipen-staan-lopen

Kruipen, staan, lopen

By | Baby, Opvoeding van je baby

De meeste baby’s tussen de zes en twaalf maanden zij n druk bezig met zich omdraaien, optrekken om te staan, zitten en kruipen. Ieder kind ontwikkelt zich in zij n eigen tempo. Is je baby wat trager, dan is hij misschien verbaal weer wat sneller. Baby’s onderling vergelij ken heeft dus weinig zin.

Kruipen is een belangrijke fase voor je kind: hij leert links en rechts beter te coördineren, het stimuleert zijn evenwicht en hij leert op kruiphoogte de wereld te verkennen. Stimuleer je baby om te kruipen, tijger met hem mee en ontdek waar je allemaal onderdoor of bovenlangs kunt kruipen. Je ziet zo ook direct de gevaarlijke snoeren, stopcontacten, tafelkleden, pennendoppen, papierpropjes of de etensbak van de hond. Maak je huis nu vooral babyveilig. Ze zijn razendsnel de trap op of de deur uit. Er zijn echter ook baby’s die liever bij je in de buurt blijven en het op een huilen zetten als je wegloopt.

Scheidingsangst

Zo rond de acht tot negen maanden krijgen baby’s last van scheidingsangst. Een mijlpaal in hun ontwikkeling. Het betekent dat je baby nu goed onderscheid kan maken tussen zijn vertrouwde mama of papa en een ander. De scheidingsangst gaat over als baby’s in de gaten krijgen dat iets wat je niet ziet, toch blijft bestaan. Kiekeboe- en verstopspelletjes helpen hem om over deze scheidingsangst heen te komen. Verlaat je de kamer, blijf dan contact houden, roep zijn naam of steek even je hoofd om het hoekje van de deur. Een duwkar met een zak aardappelen erin, geeft je kind voldoende steun om zich op te trekken en er achteraan te lopen. Schuif nu ook je meubels wat dichterbij elkaar, dan kan je kind veilig lopend ‘oversteken’. In deze fase van kruipen, staan en lopen, word je kind steeds onafhankelijker van jou. Zonder jouw hulp kan hij laatjes openen, blokken stapelen en lichtknopjes aan en uit doen. Ze ontdekken dat ze zelf iets in beweging kunnen zetten, een eigen wil hebben en ze ontwikkelen een steeds duidelijker besef dat ze los van papa en mama een eigen persoontje zijn. Was je kind altijd een rustige baby, dan kun je nu soms schrikken van zijn woede-uitvallen. Plotseling laat hij zich krijsend op de grond zakken, omdat hij iets niet mag vasthouden of pakken. Het beste kun je zijn wens onder woorden brengen, dat lucht vaak enorm op. Je kind voelt zich dan gehoord en begrepen. Maak ook gebruik van de kracht van verrassingen. “Wat is dat nou”, je slaat je hand voor je mond en je wijst naar een boekje. Zo’n afl eidingstruc helpt je door deze lastige periode, waarin je kind nog niet zoveel woorden tot zijn beschikking heeft, heen te komen.

gehandicapte baby

Een gehandicapte baby

By | Baby, Opvoeding van je baby

De geboorte van je kindje is een bijzondere ervaring. Maanden heb je gewacht tot je je kindje in je armen kon houden en nu is het eindelijk zo ver. Veel ouders zouden graag eens in de toekomst kijken om te zien hoe hun kindje opgroeit. Wanneer je een gehandicapt kindje hebt, is dit net zo bijzonder, maar vaak wel intensiever.

Constatering

Wanneer je zwanger bent ga je er vanuit dat je een gezonde baby krijgt. Soms is het tijdens de zwangerschap al duidelijk dat er een verhoogd risico is op een handicap bij je baby. Een handicap hoeft niet altijd direct zichtbaar te zijn. In sommige gevallen komt een handicap pas maanden later naar voren. Na de constatering is het belangrijk dat je je eigen gevoel volgt. Vrienden, familie en zelfs artsen kunnen je verwijten dat je een ‘overbezorgde moeder’ bent. Blijf bij twijfel altijd je moederinstinct volgen en dring aan op onderzoeken ook als er aan je kindje op het eerste gezicht niets te zien is.

De eerste jaren

In het begin hoef je niet veel aan je kindje te merken wanneer hij een geestelijke handicap heeft. Pas later zul je merken dat hij zich langzamer ontwikkelt dan zijn leeftijdsgenootjes. Zijn motoriek of geest kan trager werken en dit merk je bij het praten en bewegen. Een geestelijke handicap heeft verschillende gradaties en kan dus bij de een erger zijn dan bij de ander. Een lichamelijke handicap is vrijwel direct zichtbaar en het is dan vaak duidelijker wat er aan de hand is. Ook bij een lichamelijke handicap geldt dat deze zich in verschillende gradaties kan uiten.

Dagopvang

Voor kinderen met een handicap zijn er speciale crèches en scholen. Wanneer jij zelf meer wilt werken, dan is het goed om rond te kijken naar deze mogelijkheden. Er zijn medische kinderdagcentra met professionele begeleiding waar kinderen tot hun zestiende jaar terecht kunnen. Een kind met een handicap heeft vaak meer behoefte aan veiligheid en zekerheid dan een ander kind. Een gehandicapt kind kan bang, onzeker en aanhankelijk zijn, maar soms ook agressief en onberekenbaar. Met een gehandicapt kind blijf je als ouder gebonden, ook als je kind ouder wordt. Dit hoeft absoluut geen last te zijn, maar het is wel belangrijk dat je als ouder deze situatie accepteert en dat je hier mee om leert gaan.

Kijk voor meer informatie op kboh.nl of nsgk.nl.

wat vertelt de kleine

Wat vertelt de kleine?

By | Baby, Opvoeding van je baby

Baby’s huilen om je iets duidelijk te maken. Je kindje heeft het koud, een natte luier of hij wil gewoon een knuffel. Nu je moe- der bent is het aan jou om uit te zoeken wat je baby bedoelt. Wat vertelt je kleine? Wees gerust, na een tijdje herken je de huiltoon van je baby en zal je ook begrijpen wat hij bedoelt.

Hieronder staan een aantal huiltonen die je bij je baby kunt herkennen:

  • Een dwingende toon. Je baby heeft waarschijnlijk honger.
  • Tijdens het huilen wrijft je baby in zijn oogjes en is hangerig. Het is tijd voor een dutje.
  • Plotseling huilt je baby op scherpe toon en hard. Dan heeft hij waarschijnlijk pijn. Probeer een oorzaak te vinden.
  • Als je baby kwaad is, kun je dit aan het huilen horen. Dit kan tijdens bijvoorbeeld het aan- en uitkleden zijn.
  • ’s Avonds kan je baby een huiluurtje hebben. Op deze manier kan hij spanningen en emoties van de dag kwijt.

Als je baby huilt kun je hem in je armen nemen. Dit is vaak al een hele troost. Zachtjes wrijven over zijn buikje of hoofdje of praten brengt een baby tot rust. Daarnaast geeft een fopspeen ook veel troost.

Vijf woordjes

Uit onderzoek is gebleken dat baby’s communiceren met vijf woorden. Deze woorden zijn reflexen en hebben ze meegekregen bij de geboorte. Wanneer je als ouder niet naar deze refl exen luistert, verdwijnen ze na een maand of drie.

  1. Neh: “ik heb honger” en gaat vaak samen met zuigen en sabbelen.
  2. Ohw: “ik ben moe”.
  3. Heh: “ik voel me ongemakkelijk”. Je baby kan het dan koud of warm hebben of een natte luier.
  4. Eair: “ik doe een drukje”. Je baby heeft last van krampjes en gaat vaak samen met het optrekken van de beentjes.
  5. Eh: “Ik moet een boertje laten”.

Deze woordjes zitten in de beginfase van het huilen. Bij een late reactie kan je baby boos of gefrustreerd worden en gaat daardoor harder huilen of krijsen. Door naar je baby te luisteren herken je snel wat je kleintje nodig heeft. Uiteindelijk huilt je baby minder en slaapt hij beter. Wanneer je baby slaapt, slaap jij ook beter. Dit geeft ook jou een beter gevoel. Je voelt je een betere ouder, je hebt minder stress en bent zelfverzekerder.

alleenstaande moeder

Moeder in je eentje

By | Baby, Opvoeding van je baby

Als je ervoor kiest om je zwangerschap alleen uit te dragen en je kind zelf op te voeden, dan hoef je er niet alleen voor te staan. Er zijn verschillende organisaties die begeleiding en steun geven tijdens de zwangerschap en na de bevalling, zodat je zelf voor je kind kunt zorgen.

De Fiom

Eén van die organisaties is de Fiom. Zij organiseert ook gespreksgroepen voor aanstaande alleenstaande moeders. Je kunt daar je ervaringen met elkaar delen en elkaar steunen in de omgang met emotionele en praktische zaken rond het (aanstaande) moederschap. Het kan prettig zijn om herkenning en erkenning te vinden bij andere vrouwen. Dit kan enorm helpen je eigen verhalen en problemen te verduidelijken. Er wordt onder andere gesproken over de thuissituatie, huisvesting, medische hulp, kraamzorg, de omgeving, de voorzieningen en jullie toekomst.

Bewust alleenstaande ouder

Sommige vrouwen kiezen heel bewust voor het alleenstaande ouderschap, waar anderen deze zorg dachten te delen met een partner. Hoe je het ook bekijkt, wanneer je alleen de verantwoording voor de opvoeding van je kindje aangaat, komen er veel vragen op je af. Je hebt niet iemand om je heen waar je je twijfels en zorgen mee kunt delen. Ook wanneer je minder blij of onzeker raakt van je zwangerschap, kun je bij een instantie terecht. De hulpverleners hier hebben ervaring en kunnen je helpen en ondersteunen tijdens de bijzondere, maar soms ook heftige kraamperiode. Probeer ook anderen in het proces te betrekken. Bijvoorbeeld je ouders, een goede vriendin of collega. Zij kunnen je ook steunen tijdens bijvoorbeeld een zwangerschapscursus.

Wie in jouw omgeving kan je helpen?

  • Een verloskundige begeleidt je zwangerschap en bevalling. Meer informatie en adressen vind je op knov.nl.
  • Om goed voorbereid te zijn op de bevalling kun je een zwangerschapscursus volgen. Informatie daarover vind je via je verloskundige of google.
  • Ben je jonger dan 23 jaar? Kijk dan ook op tienermoeders.nl.