was successfully added to your cart.

Opvoeding van je kind

Televisie kijken

Televisiekijken

By | Kind, Opvoeding van je kind

Van jongs af aan kijken kinderen graag televisie. Het beeldscherm trekt aan als een magneet. Soms is het ideaal om je kind even lekker te laten kijken, bijvoorbeeld als je het huishouden moet doen of gewoon even wilt uitrusten.

Een gezonde mix

Amerikaanse kinderartsen adviseren tegenwoordig om kinderen tot twee jaar geen televisie te laten kijken en daarna ‘maximaal twee uur per dag’. Zolang je peuter ook genoeg aan spelen, bewegen en slapen toekomt, kan van tijd tot tijd samen een dvd of televisieprogramma bekijken wel heel verrijkend zijn. Je kind beleeft er plezier aan en leert er ook nog van. Want wat je kind ook doet, spelen met blokken, luisteren naar een voorleesboekje, of televisiekijken, je kind is druk bezig zich te ontwikkelen. Op jonge leeftijd pikken kinderen ook al veel informatie van de televisie op.

Wat is goed?

Goede programma’s voor de allerjongsten hebben een rustig tempo. Een peuter heeft meer tijd nodig dan oudere kinderen om beelden en geluiden goed op te nemen. Daarom vinden jonge kinderen het ook leuk om naar de herhaling van een programma te kijken. Goede peuterprogramma’s herken je ook aan het gebruik van heldere kleuren, zoals rood, blauw en geel. Die primaire kleuren nemen jonge kijkers het beste waar. Voor hen is het beeld ook belangrijker dan het geluid. Programma’s zonder of met eenvoudige dialogen kunnen zij daarom beter onthouden dan programma’s met veel tekst. Liedjes in programma’s werken ook goed. Peuters reageren direct op aansprekende deuntjes. Voorbeelden van leuke programma’s zijn Teletubbies en Het Zandkasteel.

Wat is minder goed?

Peuters zijn nogal goedgelovig en reageren heel direct. In hun beleving zijn zelfs overduidelijke fantasiemonsters heel echt. Daarom kan je kind gemakkelijk bang worden, zelfs van ‘lieve’ monsters. Peuters en kleuters vinden het ook niet leuk als lichamen vervormen, dieren worden opgesloten of geslagen of als er iets vervelends gebeurt met andere kinderen. Daarom is het goed het kijken zoveel mogelijk te beperken en zoveel mogelijk met je kind televisie te kijken. Dan kun je zo nodig troosten en afleiding zoeken. Van samen kijken en over programma’s praten ‘leert’ je kind beter omgaan met televisiebeelden.

Meer weten over opvoeden?
Het Nederlands Jeugdinstituut heeft twee websites waar je meer informatie vindt over opvoeden en media:
www.nji.nl/opvoeden en www.nji.nl/mediaopvoeding.

algemeen bijzondere scholen

Waarden en normen

By | Kind, Opvoeding van je kind

Wanneer je opgroeit, leer je uiteenlopende regels. Sommige regels leer je omdat die verboden zijn: daar zij n wetten voor opgesteld. Andere dingen zij n moeilijker te omschrijven, je doet iets wel of niet omdat het zo hoort omdat je gevoel het ingeeft. Maar hoe leer je jouw kinderen waarden en normen te gebruiken? En hoe bepaal je de waarden en normen van je gezin?

Waarden en normen

Waarden zijn opvattingen die voor een grote groep mensen belangrijk zijn en de omgang met elkaar bevorderen. Hierbij kun je denken aan eerlijkheid, vertrouwen en respect voor elkaar en elkaars eigendommen. Hier komen normen uit voort: je liegt niet tegen mensen, discrimineert en steelt niet. Wanneer er oudere mensen in de bus moeten staan en jij hebt een zitplaats, dan maak je voor die persoon plaats. Waarom? Omdat dat zo ‘hoort’. Omdat je respect wilt tonen voor die persoon. Maar wat voor jou vanzelfsprekend is hoeft niet voor een ander te gelden.

Ongeschreven regels

Je kindje komt steeds meer in aanraking met ongeschreven regels. Niet alleen thuis, maar ook op de peuterspeelzaal of het opvangadres. De regels binnen het gezin kunnen verschillen van die van het opvangadres. Dat kan voor verwarring zorgen, want waarom leert je kind thuis zijn speelgoed te delen en is er op de opvang geen sprake van? En hoeveel effect heeft het als je kind thuis leert pas te praten als hij aan de beurt is, wanneer hij op de peuterspeelzaal juist moet zorgen dat hij het hardst schreeuwt om gehoord te worden? Het is goed hier van tevoren met de leidsters over te praten. Zo kun je beter inspelen op het gedrag van je kind en weet je ook waar het vandaan komt als hij zich ineens anders gedraagt. Het is goed om samen met de leidsters een manier te vinden om zowel de gedachten van jou als ouder als die van de (kinder)opvang aan je kind mee te geven.

Hulpmiddelen

Voor je kind kunnen al die ongeschreven regels nogal verwarrend werken. Hij doet zijn vriendjes na en het is misschien juist ‘stoer’ om iets te durven dat leeftijdsgenootjes liever uit hun hoofd laten. Ook wanneer hij dat van huis uit anders meekrijgt.

Bijbrengen van waarden en normen

  • Laat je kind rollen spelen met broertjes, zusjes of vriendjes. Zo leert hij zich inleven in anderen en gaat hij bewuster nadenken over zijn eigen gedrag. Kies er soms ook bewust voor om je kind de rol te geven die hij eigenlijk niet zo leuk vindt.
  • Leer je kind dat er ook andere culturen zijn en dat de gewoonten binnen die cultuur kunnen verschillen van jullie regels, maar dat die regels niet per se slechter zijn. Zo leert je kind mensen waarderen als personen en niet op basis van hun achtergrond.
  • Laat je kind helpen bij klussen in huis, ook als hij dat nog niet helemaal aankan. Je kind krijgt hier doorzettingsvermogen van. Hij leert dat het niet erg is als hij iets niet meteen kan, maar dat het goed is om vol te houden. Denk hierbij aan zijn eigen speel goed opruimen of zijn beker naar de keuken brengen.

Vind je eigen weg

Het is belangrijk dat kinderen uiteindelijk leren met waarden en normen om te gaan van zowel het gezin als de peuterspeelzaal of kinderdagverblijf en de rest van zijn omgeving. Blijf wel altijd communiceren en leg uit waarom je kind speelgoed moet delen en eerlijk moet zijn. Wanneer je kind een helder beeld heeft van de waarden die jij belangrijk vindt, leert hij zich bewust te worden van zijn handelen en daardoor een eigen mening te vormen. Dat zorgt ervoor dat zijn zelfstandigheid en zelfvertrouwen toenemen.

kind verwennen

Je kind verwennen

By | Kind, Opvoeding van je kind

Verwennen betekent dat je iets doet voor een kind dat hij zelf allang kan of hem iets geeft dat niet nodig is. Bijvoorbeeld helpen met aankleden als een kind dat heel goed zelf kan. Of blijven voeren terwijl dat eigenlijk niet hoeft.

De nodige zorg

Een baby is nog voor honderd procent afhankelijk van de zorg van anderen en kan nog niets zelf. Dus kan hij niet verwend worden. Als hij huilt is er iets met hem aan de hand. Misschien voelt hij zich eenzaam of heeft hij honger en pijn. Het is altijd goed om daar op in te gaan, dat heeft niets met verwennen te maken. Je kunt geen overbodige aandacht aan hem geven en een baby is daar ook niet op uit.

Het enige dat voor een baby telt, is dat hij krijgt wat hij echt nodig heeft. Hij laat dit weten door op verschillende manieren te huilen. Door op vaste tijden dingen voor een kind te doen, raakt hij aan iets gewend. Bijvoorbeeld altijd voorlezen voor hij gaat slapen, op vaste tijden spelen of naar het park gaan. Het worden vaste gewoonten en reken op protest wanneer je het een keer niet doet. Vaste gewoonten geven een kind houvast. Dat is gewenning, maar niet verwennen.

Grens tussen lief zijn en verwennen

Het is helemaal niet slecht om je kind eens te trakteren op een ijsje, samen leuke dingen te gaan doen of veel aandacht voor hem te hebben. Je bent dan gewoon zorgzaam en het resultaat is een vrolijk en tevreden kind. ‘Verkeerd’ verwennen gebeurt bijvoorbeeld bij een gebrek aan regels en afspraken in huis of je kind overladen met liefde, ongeacht hoe hij zich gedraagt. Natuurlijk kun je je kind ook verwennen met materiële zaken. De grens tussen verwennen en ‘verpestend’ verwennen is heel subtiel en gemakkelijk te overschrijden.

Het gaat er dan niet om hoeveel je kind krijgt, belangrijker is de manier waarop. Het is niet aan te raden je kind altijd direct te geven waar hij om vraagt en al helemaal niet om dat alsnog te doen als hij een tijdje zeurt. Wanneer je kind met een cadeautje beloond wordt als hij iets goeds gedaan heeft (bijvoorbeeld dapper geweest bij de dokter) schept dat een gevoel van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Positief gedrag wordt beloond!

Ontwikkeling

Als een kind in alles zijn zin krijgt en je te veel voor hem blijft doen kan dat nadelig zijn. Je ontneemt hem de kans om dingen te leren die bij zijn ontwikkeling passen. In extreme gevallen is verwennen zelfs een vorm van verwaarlozing, omdat een kind zo geen kans krijgt om zich normaal te ontwikkelen. Kinderen moeten leren op hun beurt te wachten, zichzelf te vermaken, zich aan te kleden, zelf te eten en in hun eigen bed te kunnen slapen. Als ze daar geen kans voor krijgen, blijven ze een baby in het lijf van een groter kind.

Natuurlijk hebben peuters vaak dat soort buien, maar die horen bij de peuterpuberteit. Als kinderen altijd hun zin krijgen leren ze niet met frustraties omgaan. Bij het minste of geringste raken ze van slag. Door kinderen van jongs af aan frustraties te gunnen die bij de ontwikkeling van het moment passen maak je een kind sterk.

Ik heb mijn kind altijd verwend, kan ik er nog iets aan doen?

Gelukkig wel! Als je kind nog klein is, kun je gewoon beginnen door de oude patronen te doorbreken en de verkeerde manier van verwennen af te schaffen. Kleine kinderen nemen het nieuwe patroon vaak snel over. Bij wat oudere kinderen is het verstandig een verklaring te geven voor de veranderingen die hen behoorlijk kunnen frustreren. Even doorbijten dus…

Intuïtie

Als je goed op je kind let en met hem meegroeit, merk je het verschil tussen dingen die hij echt nodig heeft en die overbodig zijn. Ga ook af op je intuïtie. Bij een jonge baby ga je meteen kijken als hij huilt, maar vanaf een maand of negen kun je best even wachten en aanzien of hij uit zichzelf stil wordt.

type kind

Welk type kind heb jij?

By | Kind, Opvoeding van je kind

Tijdens het opgroeien krijgt je kindje jullie waarden en normen mee. Temperament is echter aangeboren. Hoe is jouw kindje? Gesloten, open, meegaand of juist bazig?

Gesloten kind

Als je op visite gaat komt hij bij je zitten en kijkt de kat uit de boom. Het liefst zit hij alleen in een hoekje te spelen en mengt zich niet in de groep. Het is vaak een stil kind waar je niet makkelijk hoogte van krijgt. Allemaal kenmerken van een gesloten kind.

Toch hebben ze, misschien ongemerkt en onverwacht, een rijke belevingswereld. Je zou kunnen denken dat een gesloten kind zich onprettig voelt, maar dat hoeft helemaal niet. Sommige kinderen voelen namelijk intuïtief aan wanneer ze te veel indrukken opdoen en sluiten zich dan makkelijk af van hun omgeving.

Vind je dat je kind te gesloten is, dan kun je daar wat aan doen. Doe dingen samen. Doe spelletjes, lees boekjes en knuffel hem; zo nodig je een kind uit om zich meer te openen. Bijna alle kinderen vinden dat uiteindelijk heerlijk en zo zijn ze minder bezig met wat er zich van binnen afspeelt.

Mocht het voorkomen dat je kindje weer een fase krijgt waarin hij helemaal in zijn schulp kruipt, wees dan niet ongerust. Vooral als ze net gaan staan en lopen kan dit voorkomen. Hun wereld wordt dan groter en ze kunnen zich dan onveilig voelen. Bied hem warmte en veiligheid en het gaat vanzelf weer over.

Open kind

Je zit in de tram en je kindje flirt met iedereen. Op straat lacht hij naar elke voorbijganger en met de visite maakt hij ook makkelijk contact. Als hij boos, verdrietig of vrolijk is kun je dat zonder moeite van zijn gezicht aflezen. Hij is erg lichamelijk en ondernemend, soms zelfs té. Herken je je kindje hierin, dan heb je een open kind.

Een open kind doet vaak zoveel indrukken op dat hij niet weet wat hij ermee moet. Dan kan het voorkomen dat je kind heel druk is. Je kunt hier het best op reageren door rust te creëren. Leg hem stap voor stap uit wat jullie gaan doen; dit geeft geestelijke rust. Voor de lichamelijke rust kun je hem het beste even knuffelen.

Een open kind kun je beter niet altijd zijn gang laten gaan. Je doet er beter aan hem (onderweg) dicht bij je te houden zodat hij zich veilig en beschermd voelt. Als je een avondje op stap gaat en je wilt hem bij iemand laten logeren, bekijk dan eerst hoe hij zich daarbij voelt. In sommige gevallen is het geen probleem maar het kan ook zijn dat hij drukker wordt door alle nieuwe indrukken.

Meegaand kind

Lief, aandoenlijk, sociaal en schattig gaan misschien voor veel kinderen op. Meegaande kindjes gaan hier erg ver in. Andere kindjes bepalen altijd wat ze gaan ‘spelen’ en ze sputteren nooit tegen. Soms heeft hij ineens een moment dat hij heel kwaad wordt. Dit is een goed teken want dat betekent dat alles wat hij voor zichzelf heeft gehouden, er uiteindelijk wel uitkomt.

Ze laten altijd de kaas van hun boterham eten en als ouder zou je willen dat ze wat assertiever zouden zijn. Je kunt je kind leren assertiever te zijn door met hem te stoeien. Meegaande kindjes houden hier niet van en ruzietjes zullen ze dan ook altijd vermijden. Door flink (maar wel voorzichtig) te stoeien leer je hem van zich af te bijten. En zo ontlaadt hij meteen die opgekropte kwaadheid.

Een andere leuke en goede oefening: ga op je rug liggen met je voeten in de lucht. Leg je kind op je voeten en wiebel hem zachtjes heen en weer. Laat hem vervolgens ineens (maar wel zachtjes) op je buik vallen. Dat is leuk voor jullie beiden en leerzaam voor je kind.

Neem je weerloze kind niet altijd en meteen in bescherming, want zo leert hij nooit voor zichzelf opkomen. Het zal moeilijk zijn om toe te kijken, maar het is echt het beste voor jouw kleintje. Het is ook goed om hem een keer bij iemand anders achter te laten.

Het baasje

“Ik wil het, ik wil het, ik wil het!”, “Nee, ik doe het niet!”, “Ik doe het lekker toch!”, “Jij doet dat!”. Zijn dit bekende uitspraken? Staat jouw kleintje ook de hele boel te dirigeren en komen flexibiliteit en meegaandheid niet in zijn woordenboek voor? Dan heb je te maken met een echt baasje.

Een krachtige persoonlijkheid met ondernemende en expressieve uitingen. En daar moet je mee oppassen, al lijkt hij nog zo lief. Bij deze kinderen is het nog belangrijker duidelijk, helder en consequent te zijn. Nee is nee en ja is ja. Verander je vaak van mening na het drammen, dan zal je kind de baas blijven spelen en niet meer luisteren naar ‘het mag niet’. Verberg je glimlach en wees streng, hoe moeilijk dat ook is.

Blijft je kind zijn zin doordrammen, zwicht dan niet voor je kleine manipulatieve kind. Zeg ‘nee’ en laat het hem voelen door ook een serieus ‘nee-gezicht’ te trekken. Het is vervelend om dit constant te blijven doen, maar het is nodig. Besef dat jouw ‘baasje’ ook vele leuke kanten heeft door zijn krachtige persoonlijkheid en dat weegt natuurlijk vele malen zwaarder dan zijn minder leuke kanten.

Tafelmanieren

Tafelmanieren

By | Baby, Kind, Opvoeding van je kind, Voeding van je baby

Natuurlijk eet jouw kindje niet met mes en vork, maar dat wil niet zeggen hij of zij geen tafelmanieren kan leren.

Vanaf het eerste hapje

Leer je kindje bij het eerste hapje eten door de lepel horizontaal in zijn mond te steken en met de bolle kant licht op de tong te drukken. Het afschrapen van de lepel langs de tanden of lippen zorgt er alleen maar voor dat het leren eten van een lepel langer duurt. Negeer zogenaamd ‘stout’ gedrag (lees: spelen met eten) zoveel mogelijk. Wanneer je lacht of boos wordt, dan doet je kindje dit zeker opnieuw.

Eten met bestek

Hoe ouder je kind wordt, hoe beter de oog- en handcoördinatie wordt. Wanneer jouw kindje daar aan toe is kun je de lepel de deur uit doen, want netjes eten begint natuurlijk met mes en vork. De overgang van een lepel naar een vork zal voor je kind niet anders zijn. Met de vork maakt hij dezelfde beweging als met een lepel. Met een scherp mes moet je misschien nog even wachten. Laat je kind eerst oefenen met een bot mes en help hem waar nodig.

Tafelrituelen

Voordat je aan tafel gaat, is het belangrijk om een vast ritueel af te werken. Laat je kind eerst zijn handen wassen. Vertel hem dat hij moet wachten met eten tot iedereen zijn eten heeft. En dat hij eerst moet vragen of hij van tafel mag.

5 meest voorkomende tafelmanieren

  1. Geen ellebogen op tafel
  2. Niet met volle mond praten
  3. Niet smakken
  4. Niet spelen met eten
  5. Niet boeren