Je denkt er vast niet aan, maar wanneer je in het ziekenhuis bevalt, heb je meteen voor de weg naar huis al een autostoel nodig. Op tijd aanschaffen dus. Dit stoeltje staat het veiligst op de achterbank. Op de passagierszitplaats voorin waar een voorairbag zit, mag je je kind ook niet vervoeren in een naar achteren gericht babyautostoeltje. Tenzij de airbag is uitgeschakeld.

Een kind is veel te kwetsbaar om de klap op te kunnen vangen, mocht de airbag eruit schieten. Wil je je kind op de achterbank toch in de gaten kunnen houden, plaats dan een speciale achteruitkijkspiegel in je auto. Deze spiegeltjes zijn te koop bij babyspeciaalzaken.

Baby in autostoel
Plaats het babyautostoeltje altijd tegen de rijrichting in, dus met het achterhoofd naar de voorkant van de auto. Hierdoor is de nek beter beschermd bij een botsing (zie gebruiksaanwijzing). Maak het tuigje én stoeltje altijd goed vast. Maak in het begin korte ritjes en zorg ervoor dat je kind niet langer dan twee uur in het autostoeltje zit. Een enkele keer een langere reis maken is geen probleem. Maar let er dan wel op dat je genoeg lange pauzes neemt, waarin je je baby uit het autostoeltje haalt.

Is de kleinste stoel nog steeds te ruim voor je baby? Gebruik dan een speciale zitverkleiner of geef hem extra steun door opgerolde handdoeken aan weerszijden naast hem te leggen.

Checklist
Autostoeltjes moeten een ECE-keurmerk hebben. Dit is het oranje label op de achterkant van het stoeltje. Als dat met de cijfers 44/03 of 44/04 begint, voldoet de autostoel aan de Europese veiligheidseisen. Dat betekent dat hij een goede ondersteuning voor hoofd en voeten heeft, geen scherpe of gevaarlijke onderdelen bevat en goed te monteren is. Autostoeltjes zónder keurmerk zijn verboden. Let verder op de volgende dingen:

  • Een autostoeltje koop je aan de hand van het gewicht van je kind. Je begint met een stoeltje voor kinderen tot ongeveer dertien kilo. Bij het keurmerk  staat aangegeven voor welke gewichtsklasse deze is goedgekeurd.
  • Er zijn verschillende systemen voor het bevestigen van stoeltjes. Is jouw auto voorzien van een Isofixsysteem, dan kun je een speciaal daarop passend  stoeltje kopen. Andere stoeltjes bevestig je met behulp van de autogordels of met een ander systeem. Informeer in de winkel naar de mogelijkheden en  probeer zelf uit wat je prettig vindt. Je zult het stoeltje vaak vastzetten, dus het is van belang dat dit makkelijk gaat. Het is slim om je auto mee te nemen, dan kun je meteen kijken of de stoel echt past.
  • Controleer ook of de sluiting van het tuigje makkelijk te openen is voor jou, maar niet voor een kind. En of de banden van het tuigje verstelbaar zijn. En  vergeet niet de instructies goed door te lezen, voordat je ‘m gebruikt.
  • Kies liever niet voor een tweedehands autostoeltje. Misschien heeft de auto waar het stoeltje in zat een botsing gehad en dan is het stoeltje niet veilig meer.

Welk zitje en wanneer?
Kinderen kleiner dan 1,35 meter moeten verplicht in een kinderzitje worden vervoerd. Aan de hand van het gewicht van je kind kun je eenvoudig bepalen welk zitje geschikt is.

  • Minder dan 13 kg: Babyautostoeltje (groep 0 en 0+)
  • Tussen 9 en 18 kg: Kinderautostoeltje (groep 1)
  • Tussen 15 en 36 kg: Zittingverhoger (groep 2 en 3)
  • Meer dan 36 kg: Autogordel eventueel met zittingverhoger of afzonderlijke gordelgeleider

Heb je meerdere kindjes die in een zitje moeten en heb je maar plaats voor twee stoeltjes op de achterbank, dan geldt er een uitzonderingsregel. Het derde kind mag dan, mits ouder dan drie jaar, gebruik maken van een gordel. Dit mag alleen incidenteel en over een korte afstand (tot circa vijftig kilometer).Dus niet bij lange vakantieritten. Moet je vaker een derde kind meenemen, dan moet je wel zorgen voor een extra autozitje.